Ik was zeven à acht jaar.
Elke ochtend, nog voor ik mijn ogen goed en wel open had, was hij er al. Die knoop in mijn buik. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor de anderen. Voor de kinderen in mijn klas die het al zo moeilijk hadden. Die al zo hun best deden en toch die blik kregen.
Ik had dezelfde juf drie jaar lang.
Ze sprak streng. In mijn ogen onrechtvaardig; vooral tegen wie al vocht om mee te zijn. Een scherpe opmerking. Een harde blik. Precies op het moment dat een kind dat het minste kon gebruiken.
Meestal was ze niet boos op mij. Ik kende de antwoorden. Maar mijn gezicht dat sprak altijd boekdelen. Dat kan ik nu nog steeds niet verbergen.
Als ik in de rij even plezier maakte of voor de honderdste keer mijn neus moest snuiten zodat ze me niet kon aanduiden om te antwoorden... dan wist ik: nu ben ik aan de beurt.
Maar het ergste was niet de angst voor mezelf.
Het ergste was 's avonds liggen en denken aan die andere kinderen. Acht jaar oud. En ik droeg al de pijn van de hele klas.
Mijn ouders zagen het. Mijn mama ging naar school. Ze vroeg de juf om het eens rechtstreeks tegen mij te zeggen, niet tegen haar als mama,
maar tegen mij. Gewoon dat ik het goed deed. Dat ik er mocht zijn.
Het is er nooit van gekomen.
Die kleine Mieke heeft gewacht op die woorden. Lang gewacht.
Niemand moet presteren om te mogen zijn; geen kind, geen tiener, … Niemand. Dat wist ik toen al, ik voelde het in elke vezel, maar ik kon het niet genoeg zijn in een klas waar gevoelens geen plaats hadden. Waar je je hoofd moest gebruiken en je hart moest verstoppen.
Ik heb dat meegedragen. Jarenlang. Dat gevoel van: ik moet opletten, presteren, mezelf klein maken om veilig te zijn.
Tot ik ziek werd. Tot mijn lichaam zei: stop. Zo gaat het niet verder.
En toen koos ik. Niet voor een job. Voor een missie.
Ik wil dat geen enkel kind nog jaren rondloopt met een knoop in de buik. Ik wil dat kinderen leren dat ze heel zijn, ook als ze struikelen. Ook als iemand hen even onderuithaalt. Ook als ze iets moeilijk vinden.
Ik wil dat ze veerkrachtig zijn. Geworteld in zichzelf. Zodat één strenge stem van een juf, een coach, een pestkop, wie ook hen niet kan laten vergeten wie ze zijn.
Wat mijn juf nooit deed daar maak ik nu mijn werk van.
Ik kijk een kind aan en zeg: ik zie je. Je bent goed zoals je bent wat er ook gebeurt!
Veel liefs,
Mieke


