De laatste weken voor de grote vakantie brengen voor veel ouders een vertrouwde knoop in de buik mee. Rapporten, deliberaties, onzekere adviezen. En dan die grote vraag: wat nu?
Misschien krijgt je kind het advies om naar de B-stroom te gaan, om te blijven zitten, om naar een andere richting over te gaan …
En meteen komen de vragen:
Redt hij dat?
Hoe gaat dat in een nieuwe klas?
Wat als het sociaal moeilijk wordt?
Wat betekent dit voor later?
Misschien lig je er zelf wakker van. Misschien voel je teleurstelling omdat je had gehoopt op een andere uitkomst. Misschien vraag je je af of je meer had kunnen doen. Of misschien voel je vooral angst. Angst dat je kind kansen zal missen. Angst dat het moeilijker wordt dan nodig.
Dat zijn heel menselijke gevoelens. Want achter al die vragen zit meestal één verlangen: "Ik wil gewoon dat mijn kind goed terechtkomt."
Meer druk lost het zelden op
Het is begrijpelijk dat je als ouder alles op alles wil zetten in die laatste weken.
Nog wat extra oefenen. Nog wat harder trekken. Nog eens praten over inzet en motivatie.
Maar hoe meer spanning jij uitstraalt, hoe minder ruimte je kind voelt om zichzelf te zijn.
Jouw onrust wordt zijn onrust. En dat werkt zelden motiverend.
Soms gaat het niet alleen over je kind
Een schooladvies raakt soms meer dan alleen de schoolloopbaan van je kind. Soms raakt het ook iets in jezelf.
Misschien ben jij opgegroeid met het idee dat goede punten belangrijk zijn.
Misschien heb je zelf hard moeten werken om ergens te geraken.
Misschien wil je je kind beschermen tegen moeilijkheden die jij vroeger hebt gekend.
Of misschien droomde je stiekem van een bepaald pad voor je zoon of dochter.
Dan gaat het gesprek niet alleen meer over je kind. Dan raakt het ook jouw eigen verhaal. En dat is helemaal niet erg.
Het helpt alleen om dat even op te merken. Want hoe beter we ons eigen stukje herkennen, hoe meer ruimte er komt om echt naar ons kind te kijken.
Een andere insteek
Soms helpt het meer om als ouder je eigen verwachtingen even losser vast te houden. Niet om op te geven.
Wel om wat lucht te maken. Want in die lucht kunnen kinderen opnieuw ademen, bewegen en groeien.
Je kijkt nu door een heel smal venster
Op dit moment zie je cijfers, punten en het rapport. Dat is logisch, want dat is wat er nu op tafel ligt.
Maar je kind is zoveel meer dan dat smalle venster. Er zit al heel wat in dat kind.
Dingen die niet op een rapport staan. Dingen die jullie er als ouders de voorbije jaren in hebben gestopt, bewust of onbewust.
Veerkracht.
Humor.
Doorzettingsvermogen.
Zorgzaamheid.
Eerlijkheid.
Creativiteit. ...
Die gaan gewoon mee.
Naar welke klas, richting of school het ook wordt.
Kijk eens met een andere bril
Hieronder een paar vragen om je blik te verruimen.Gewoon om even anders te kijken naar je kind.
* HOE JE KIND MET ANDEREN OMGAAT
- Hoe is je kind op een familiefeest, bij vrienden of in een onbekende groep?
- Trekt hij of zij zich terug of gaat hij het gesprek aan?
- Hoe gaat hij om met iemand die een andere mening heeft?
- Hoe reageert hij op een coach of leerkracht die een beslissing neemt waar hij het niet mee eens is?
- En als iets niet lukt of als hij verliest: wat gebeurt er dan?
* KARAKTER EN ZORGZAAMHEID
- Hoe reageert je kind als iemand verdrietig is?
- Hoe gaat hij om met iemand die hulp nodig heeft?
- Durft hij opkomen voor iets dat oneerlijk voelt?
- Kan je op hem rekenen?
- Wat waarderen andere mensen aan hem?
* DOORZETTEN EN GEDREVENHEID
- Is er iets waar je kind zichzelf voor motiveert, ook als het moeilijk wordt?
- Waar praat hij met vuur over?
- Wat doet hij wanneer niemand kijkt?
- Waar zie je enthousiasme, nieuwsgierigheid of passie?
Wat zie je nu?
Waarschijnlijk zie je een kind dat veel rijker is dan wat het rapport laat zien. Dat is geen troost. Dat is de werkelijkheid.
En als één van de vragen je deed denken: "Hmm, daarin is hij eigenlijk nog niet zo sterk..."
Dan is dat misschien geen probleem.
Misschien is dat juist een groeikans.
Een nieuwe klas.
Een andere richting.
Een frisse start.
Dat zijn vaak precies de plekken waar kinderen nieuwe vaardigheden ontwikkelen.
Veerkracht ontstaat niet in perfecte omstandigheden
Veerkracht bouw je niet op wanneer alles vanzelf gaat. Je bouwt ze op wanneer het schuurt.
Wanneer iets anders loopt dan gehoopt.
Wanneer je onzeker bent en toch verdergaat.
Wanneer je ontdekt dat je meer aankunt dan je dacht.
Dat geldt voor kinderen. Maar misschien ook een beetje voor ouders. :-)
Een verhaal uit de praktijk
Een moeder die bij me aanklopte was ervan overtuigd dat haar zoon zou falen in de B-stroom.
Jarenlang waren rapporten een bron van spanning geweest.
Hij kreeg vaak te horen dat hij te traag werkte, slordig was of zijn mogelijkheden niet benutte.
De overstap naar een andere richting voelde voor haar als een nederlaag.
Een jaar later vertelde zijn klastitularis iets heel anders.
"Als er een nieuwe leerling binnenkomt, is hij altijd de eerste die helpt."
"Hij zorgt ervoor dat niemand alleen blijft staan."
"Eigenlijk is hij de stille lijm van de klas."
Dat stond nergens op zijn rapport.
Maar het maakte hem wel onmisbaar.
Kinderen die het op school moeilijk hebben, hebben vaak op andere plekken heel mooie dingen te bieden.
En soms zijn dat net de eigenschappen die later het verschil maken.
Voorbij de deliberatie kijken
Of je kind nu in de A-stroom blijft, naar de B-stroom gaat, een jaar overdoet of van richting verandert: het zijn allemaal wegen.
Geen van die wegen is een doodlopend straatje.
Elk pad brengt nieuwe ervaringen, nieuwe mensen en nieuwe kansen om te groeien.
Motivatie kan groeien.
Zelfvertrouwen kan groeien.
Schoolse vaardigheden kunnen groeien.
Maar wie iemand is, hoe hij met anderen omgaat, hoe hij leert omgaan met tegenslag, hoe hij zorg draagt voor zichzelf en anderen ...
dat bouw je stap voor stap op.
En daar hebben jullie als ouders al jarenlang mee aan gebouwd.
Er zit meer in jouw kind dan je nu ziet
Er zit meer in jouw kind dan je nu kunt zien door het smalle venster van punten en rapporten.
Welke richting het ook opgaat, er liggen nieuwe ervaringen te wachten die hem of haar verder zullen vormen.
Op manieren die jou misschien nog gaan verrassen.
Want over vijf of tien jaar zal bijna niemand nog vragen hoeveel procent je kind haalde voor wiskunde.
Maar de manier waarop het geleerd heeft om met zichzelf, met anderen en met uitdagingen om te gaan?
Die blijft een leven lang meegaan.
Even samen uitademen?
Je hoeft dit niet alleen te dragen.
Als ouder is het soms moeilijk om door de stress, de cijfers en de zorgen heen te kijken.
In een gesprek kijken we samen rustig naar jouw situatie.
Zonder oordeel. Zonder haast.
En vooral: met oog voor het hele kind, niet alleen voor het rapport.


